Inbreng VNG, IPO, DOVA, VDVN Commissiedebat Openbaar vervoer en taxi 1 april
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO), het samenwerkingsverband van decentrale ov-autoriteiten (DOVA) en de Vereniging voor Doelgroepenvervoer Nederland (VDVN) hebben gezamenlijk onderstaande brief gestuurd aan Vaste Kamercommissie I&W in aanloop naar het commissiedebat over openbaar vervoer en taxi op 1 april.
Datum Geachte woordvoerders van de Vaste Kamercommissie Infrastructuur en Waterstaat,
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO), het samenwerkingsverband van decentrale ov-autoriteiten (DOVA) en de Vereniging voor Doelgroepenvervoer Nederland (VDVN) spreken namens gemeenten, provincies en opdrachtgevers in het openbaar vervoer en doelgroepenvervoer hun steun uit voor Publieke Mobiliteit: een systeem waarin (voorheen) losstaande en nieuwe vervoerssystemen geïntegreerd worden. Voor Publieke Mobiliteit hanteren we de definitie: een voor de reiziger eenduidig, toegankelijk en samenhangend mobiliteitssysteem van collectieve en gedeelde vervoersmiddelen waarmee in de vervoersbehoefte voor zoveel mogelijk doelgroepen wordt voorzien. Er zijn drie belangrijke punten waarvoor wij graag aandacht vragen:
Inleiding Publieke Mobiliteit is mobiliteit voor iedereen. Toegankelijkheid van cruciale voorzieningen is van belang voor alle reizigersdoelgroepen en draagt bij aan het bereikbaar houden van onze steden en regio’s. Het mobiliteitssysteem moet daarom breed toegankelijk en beschikbaar zijn, met ruimte en aandacht voor maatwerk waar nodig. Als reizigers niet in staat zijn om zelfstandig te reizen, is er een alternatief beschikbaar, bijvoorbeeld individueel vervoer of vervoer met extra begeleiding. Met Publieke Mobiliteit staat de reiziger centraal. VNG, IPO, DOVA en VDVN onderschrijven daarom de ambitie van het rijk om in te zetten op Publieke Mobiliteit. Wij doen de gezamenlijke oproep:
Wij vragen graag aandacht voor drie belangrijke punten. 1 Neem regionale uitwerking als uitgangspunt Het bedienen van zo veel mogelijk reizigers vraagt om nationale én regionale uitwerking. Elke regio is immers anders in identiteit, reizigersbehoeften en vervoersystemen. Die verschillen verrijken ons en moeten een uitgangspunt vormen voor beleid. Dit is ook de inzet van het kabinetsstandpunt ‘Bereikbaarheid op peil’, waarmee de focus verschuift van het oplossen van knelpunten naar de regionale bereikbaarheid van voorzieningen en het benutten van bestaande infrastructuur. Om te zorgen voor een consistent rijks- en decentraal beleid is het cruciaal dat de ontwikkeling van Publieke Mobiliteit gekoppeld wordt aan de uitwerking van het kabinetsstandpunt ‘Bereikbaarheid op peil’. Dit biedt namelijk ruimte aan regio’s om Publieke Mobiliteit te realiseren. Tegelijkertijd heeft het rijk systeemverantwoordelijkheid over Publieke Mobiliteit. Daarom is het van groot belang om als medeoverheden in goed gesprek met elkaar te bepalen wat in de regio kan worden uitgewerkt, en wat op nationaal niveau georganiseerd moet worden om het gehele mobiliteitssysteem te verbeteren, bijvoorbeeld voor de eenduidigheid in het betaalsysteem en de reisinformatie. Daarbij kunnen de huidige wettelijke kaders belemmerend zijn. Er moet onderzocht worden of wet- en regelgeving nog toereikend is. De verkenning door Berenschot legt de focus te eenzijdig op eenduidigheid en standaardisatie en heeft onvoldoende oog voor de inkleuring vanuit de regio. Maak daarom werk van een landelijke overlegstructuur. Onze oproep aan uw Kamer:
2 Zet een adaptief systeem op In de verkenning door Berenschot wordt sterke nadruk gelegd op ‘twee fases van Publieke Mobiliteit’: de systeemintegratie van openbaar vervoer en doelgroepenvervoer (1.0) en de integratie en innovatie van overige vervoersvormen (2.0). VNG, IPO, DOVA en VDVN erkennen het belang om in deze complexe opgaven eerste stappen te zetten, maar waarschuwen voor een te nauwe insteek. Alle stappen die gezet worden moeten toewerken naar een open systeem waar ook andere vormen van vervoer, zoals deelmobiliteit, op kunnen inhaken. Onze oproep aan uw Kamer:
3 Maak van Publieke Mobiliteit geen bezuiniging De ontwikkeling van Publieke Mobiliteit mag nadrukkelijk geen bezuiniging worden. Hoewel het rijk inzet op kostenneutraliteit creëert Publieke Mobiliteit ook maatschappelijke waarden. Investeringen zijn hard nodig om verdere verschraling tegen te gaan en om het publieke mobiliteitssysteem betaalbaar te houden voor de reiziger. Een groot voordeel is dat door het integreren van de verschillende financieringsstromen van openbaar vervoer en doelgroepenvervoer meer gerealiseerd kan worden voor hetzelfde geld. Onze oproep aan uw Kamer:
|
